De brandveiligheid van gevelbekleding is een complexe materie waar weinig marktdeelnemers echt veel van kennen. Dikwijls worden beslissingen genomen aan de hand van (soms onvolledige) informatie die hen verschaft wordt. Wat velen niet weten, is dat de aansprakelijkheid/verantwoordelijkheid wel degelijk juridisch bepaald is. We analyseren enkele foute interpretaties die regelmatig voorkomen en hopen hiermee kennis te delen. Voor je begint te lezen: dit is niet bedoeld om angst aan te jagen, wel om correct te informeren.
Dit is de Belgische variant op de Nederlandse blogtekst die eerder geschreven werd, die kan u hier lezen.
Het wettelijk kader
In België moet elk nieuwbouwproject voldoen aan de Basisnormen brandveiligheid (Koninklijk Besluit van 7 juli 1994, met wijzigingen) en de regionale bouwvoorschriften.
Deze normen verwijzen naar de Europese brandreactieklassen volgens EN 13501-1.
De eisen verschillen naargelang de hoogte van het gebouw, de functie (woning, kantoor, school, hoogbouw, …) en bv. de ligging t.o.v. een vluchtroute.
Dit zijn minimale eisen, het is dus mogelijk dat hogere eisen gesteld worden en/of gebouwd worden.
Belangrijk: De brandreactieklasse moet steeds in “end use” aangetoond worden.
Dat betekent dat men niet kan volstaan met de optelsom van productgebonden classificaties, maar de volledige opbouw zoals ze werkelijk gebouwd wordt, moet testen volgens EN 13823 (SBI-test).
Voorbeelden:
Een onbrandbare isolatie moet toch meegetest worden in de systeemopbouw.
Een plank die als vlak product een B haalt, moet als blokprofiel opnieuw getest worden.
Een gevel die niet “end use” getest is, voldoet dus mogelijk niet aan de eisen.
Zoals eerder uitgelegd: B + B + B geeft niet noodzakelijk B.
Wat met goedkeuring door gemeente of brandweer?
Bij de vergunningsaanvraag of bij uitvoering kan de brandweer of gemeente een goedkeuring geven.
Maar: Een goedkeuring betekent niet dat de verantwoordelijkheid verschuift naar de overheid.
De goedkeuring wordt steeds gegeven op basis van de ingediende documentatie en plannen.
Ook nadien kan de overheid of brandweer nog steeds handhavend optreden wanneer blijkt dat het gebouw niet conform de brandveiligheidsvoorschriften is uitgevoerd.
Wie is aansprakelijk?
1. De aannemer
De aannemer heeft de contractuele verplichting om te bouwen conform de wetgeving.
Wanneer achteraf blijkt dat de gevel niet de vereiste brandreactieklasse haalt, is dit een gebrek.
Omdat de opdrachtgever dit niet kan vaststellen bij oplevering, gaat het om een meestal om een verborgen gebrek.
In België geldt bovendien de 10-jarige aansprakelijkheid (art. 1792 BW).
Ernstige gebreken die de veiligheid van het gebouw in gevaar brengen (waar brandveiligheid deel van uitmaakt) vallen hieronder.
Ook jaren na oplevering kan de aannemer dus nog aangesproken worden.
2. De opdrachtgever / eigenaar
De eigenaar heeft een kwalitatieve aansprakelijkheid tegenover derden (art. 1384 oud BW, nu art. 5.103 NBW).
Dit betekent dat derden (bewoners, buren, verzekeraars, …) de eigenaar aansprakelijk kunnen stellen voor schade die voortvloeit uit een gebouw dat niet voldoet aan de brandveiligheidseisen.
Belangrijk detail:
Of de eigenaar wist van het gebrek, doet er niet toe.
Ook een goedkeuring door gemeente of brandweer verandert niets aan deze aansprakelijkheid.
3. De architect
In België is een architect verplicht bij de meeste bouwwerken.
Hij heeft zowel bij het ontwerp als bij de werfopvolging een zorgplicht.
Wordt in het ontwerp gekozen voor een fout materiaal, of grijpt de architect niet in bij afwijkingen op de werf, dan kan ook de architect aansprakelijk zijn.
Net als de aannemer valt de architect onder de 10-jarige aansprakelijkheid voor gebreken die de veiligheid bedreigen.
4. De fabrikant
Wanneer een product niet de prestaties levert die volgens de verstrekte informatie of berekeningen verwacht mogen worden, kan de fabrikant aansprakelijk gesteld worden.
Dit geldt ook als de producten reeds verwerkt zijn.
Cruciaal hierbij zijn de CE-markering en de DoP-verklaring:
Deze gelden niet enkel voor de initiële prestaties, maar voor de volledige levensduur van het product.
Wanneer brandvertragende stoffen uitlogen of hun werking verliezen en de brandreactieklasse (sterk) terugvalt, is de CE/DoP feitelijk niet meer geldig en misleidend.
Het bouwwerk voldoet dan niet meer aan de wet en de fabrikant kan aansprakelijk worden gesteld.
De niet geharmoniseerde norm 'EN 16755' over de duurzaamheid van brandvertragende behandelingen is dus in feite niet vrijblijvend: natuurlijke veroudering (EN 927-3) en SBI-tests (EN 13823) zijn noodzakelijk om blijvende prestaties te bewijzen.
5. Importeur / distributeur
Volgens de Europese Bouwproductenverordening dragen ook importeurs en distributeurs verantwoordelijkheid.
Zij moeten erop toezien dat de producten die zij op de Belgische markt brengen conform zijn met CE en DoP.
Doen ze dat niet, dan kunnen ook zij aansprakelijk worden gesteld.
6. Adviseurs / studiebureaus
Wanneer een gespecialiseerd studiebureau brandveiligheid wordt ingeschakeld, hebben ook zij een zorgplicht om correcte adviezen te geven.
Bij fouten kunnen ze medeaansprakelijk zijn.
7. Bevoegd gezag (gemeente/brandweer)
De overheid kan handhavend optreden, zelfs jaren na de oplevering.
Er staat geen verjaringstermijn op.
8. Verzekeraar
De verzekeraar is strikt genomen geen veroorzaker, maar speelt wel een rol in de praktijk.
Bij een brand kan een verzekeraar weigeren uit te keren wanneer blijkt dat de gevel niet conform de brandveiligheidseisen is uitgevoerd.
Samengevat
Het is al jaren een juridische vereiste om de brandreactieklasse van een gevel in end use aan te tonen.
Onvoldoende testen, enkel productcertificaten, foutieve verklaringen (CE en DoP), etc. voorleggen kan leiden tot verregaande gevolgen voor de aansprakelijkheid van:
- de aannemer (ook na oplevering),
- de eigenaar,
- de architect,
- de fabrikant en importeur/distributeur.
Fouten verdwijnen niet vanzelf:
- Verborgen gebreken blijven verhaalbaar.
- De 10-jarige aansprakelijkheid geldt voor veiligheid van het gebouw.
- Handhaving door de overheid kent geen verjaringstermijn.
Advies: onderzoek uw gevelbekleding grondig, laat u bijstaan door experten en test in de realistische toepassing (end use).
Voorkomen is (veel) beter dan genezen.
Of zoals men in de sector vaak zegt:
“Toon het maar eens aan.”


